“Ik ben hier een matroos. Het is goed om eens ondergeschikt te zijn.”
Met een koffie lokken we Stephan Vanfleteren even weg uit de theaterzaal. Binnen werkt de fotograaf aan de laatste details van zijn eerste theaterdecor. Hij noemt het nederig een tevergeefse poging om de zee ten tonele te voeren, want hij moet toegeven dat die in haar grootsheid en veelzijdigheid niet te vatten valt.
Wanneer hij over het maakproces vertelt, gebruikt hij nautische termen als beeldspraak. Hij heeft het over het dienstbaar aanreiken van touwen en de onvoorziene ankers die zijn vaart bemoeilijken. Die taal kent Vanfleteren goed na een leven aan de Belgische kust en jaren labeur aan Transcripts of a Sea, de geroemde expositie waarin hij de zee in verschillende gestalten en lichtomstandigheden presenteert en zijn foto’s laat contrasteren met eeuwenoude marinekunst.
In één van die nautische metaforen drukt Vanfleteren uit hoe hij naar zijn eigen rol in dit theaterproject kijkt: “Ik ben hier een matroos. Het is goed om eens ondergeschikt te zijn, zeker wanneer je vertrouwen hebt in de kapitein.”
Temidden een carrière als portret- en kunstfotograaf wijkt Vanfleteren van zijn koers af om voor het eerst mee te werken aan een theaterproductie. Niet als fotograaf, maar als scenograaf buigt hij zich over een verhaal waaraan hij zich al tien jaar verbonden voelt: dat van de jonge strandjutter Aäron Fabrice de Kisangani.
“Ik voel een grote betrokkenheid bij Aäron, die ik ondertussen tien jaar geleden voor het eerst ontmoette en via mijn foto's zichtbaar maakte voor een groter publiek. Ik voel een zekere verantwoordelijkheid over de manier waarop die kwetsbare jongen van toen wordt voorgesteld.
Het stuk is geen biografie of letterlijke reconstructie van zijn leven. Elementen uit het leven van Aäron werden gefictionaliseerd, gedramatiseerd en aangevuld met materiaal van de verschillende makers die bij het project zijn betrokken.
Aäron is ondertussen niet langer dat fragiele zeevogeltje op het strand. Hij is ouder en sterker geworden. Ik hoop dat hij ontroerd zal zijn wanneer hij straks de voorstelling ziet die op hem gebaseerd is.”
Gemotiveerd door zijn verantwoordelijkheidsgevoel begeeft Vanfleteren zich als kunstenaar buiten zijn comfortzone. De fotograaf werd bij het ontwikkelen van het decor geconfronteerd met het contrast tussen theater en zijn eigen discipline.
“Ik ben het gewoon te werken in tweedimensionale media, terwijl voor theater de derde dimensie ontzettend belangrijk is.
Ik merk dat mijn brein enorm gevormd, of misschien misvormd, is door alles naar een vlak terug te brengen. Natuurlijk zie ik de wereld in de diepte, maar wat ik maak, druk ik uiteindelijk plat op (foto)papier of op een scherm.
Mijn eerste idee was een sober vlak, een soort doek, maar regisseur Tom Goossens vroeg me om er binnen de contouren van mijn idee ook voor te zorgen dat er ruimte is voor de acteurs om te spelen. Zo ontstond het idee van een kamer waarin de zee steeds sterker aanwezig is.”
Vanfleteren kon naast Goossens ook rekenen op decorbouwer Anton Leysen om zijn ideeën uit het kader te trekken en tot een ruimte met bespeelbare diepte om te bouwen.
“Ik moest echt anders leren denken, want onderweg botste ik op problemen die ik niet voorzien had. In een theaterzaal moet je er bijvoorbeeld op letten dat je zichtlijnen staande blijven in verschillende zalen. Iemand die uiterst rechts zit, moet het decor en de spelers daarin even goed kunnen ervaren als iemand die centraal in de zaal zit. Je wil niet dat mensen naar de achterkant van een muur kijken waar niets te zien is. Iemand vooraan beleeft dezelfde scène dan weer anders dan iemand achteraan of hoog in de zaal.
Dat ken ik niet uit fotografie. Zelfs wanneer iemand schuin naar een foto kijkt, blijft het beeld grotendeels hetzelfde. In theater verandert de hele dynamiek van een decor met het perspectief van de toeschouwer.”
Vanfleteren beseft ondertussen uit eerste hand hoe verschillend beide media zijn.
“Fotografie is kleiner, intiemer en veel meer solitair. Theater is veel vloeibaarder. Een voorstelling kan voortdurend van richting veranderen. Je kunt linksaf, rechtsaf, vooruit of achteruit.”
In zijn werk als fotograaf omarmt Vanfleteren naar eigen zeggen de eenzaamheid. Dat heeft met focus te maken, maar op die manier bepaalt hij ook zelf waar zijn grenzen liggen, hoe ver hij wil gaan en wat mogelijk is. Theater, merkt hij op, is bij het tot stand komen een aaneenschakeling van beslissingen omdat er veel disciplines samenkomen. Die beslissingen worden in de theaterwereld samengeknoopt door de regisseur.
“Hier ben ik niet de kapitein van het schip. Ik ben eerder een matroos die af en toe een touw aanreikt aan Tom. Hij heeft dat touw nodig, maar misschien ook een anker, een zeil of een motor. Er zijn zoveel mensen betrokken en ik ben daar één onderdeel van.
Dat vind ik eigenlijk wel prettig. Het is goed om eens ondergeschikt te zijn, zeker wanneer je vertrouwen hebt in de kapitein. Ik voel veel menselijkheid bij Tom en vooral een bereidheid om te luisteren. Dat waardeer ik enorm. Als hij een admiraal was geweest die vanop zijn troon bevelen gaf, dan was ik waarschijnlijk niet lang aan boord kunnen blijven (lacht).”
Als matroos heeft Vanfleteren het schip willen dienen. Hij heeft daarom geprobeerd om een decor af te leveren dat het stuk en haar spelers optilt. Trouw aan zijn fotografische oeuvre deed hij daarbij een poging om de zee binnen te brengen op een theaterscène.
“Je moet aanvaarden dat je gedoemd bent om te mislukken. Toen ik de zee wilde fotograferen, merkte ik dat je haar nooit volledig kunt vatten: de diepte, de grootsheid, de beweging en die enorme massa water. Zelfs in de grootste filmstudio's voel je dat er geen echte zee is.
Daarom hebben we er hopelijk goed aan gedaan om geen realistische zee na te bootsen. We kozen ervoor om de zee te reduceren tot iets eenvoudigs. Het werd iets bijna naïefs: overdreven golven in vormen die je zelden ziet. Omdat ze stilstaan en zo naïef zijn, worden ze ook aandoenlijk.”
Voor het schilderwerk kon Vanfleteren rekenen op Aude Antoine en Antonin Kremer. De gebruikte texturen en kleuren roepen echo’s op van zijn werk voor Transcripts of a Sea.
“We wilden naast de aandoenlijkheid van een naïeve blik ook de duisternis, melancholie en ongrijpbaarheid van de zee binnenbrengen. Die combinatie van naïviteit en melancholie vond ik bijzonder interessant.”
Zoekend naar een stempel voor zijn rol in het complexe productieproces van een theatervoorstelling, landt Vanfleteren op het beeld van een deurklink. Hij beschouwt het decor als de esthetische deurklink van de kamer waarin regisseur Tom, acteurs Marijke Pinoy en Titus De Sutter Pinoy en alle andere betrokken artiesten hun verhaal zullen vertellen.
“Waarschijnlijk is het decor het eerste wat mensen zien. Ze komen binnen, nemen plaats en kijken naar die ruimte. Pas daarna verschijnen de acteurs en ontvouwt het verhaal zich.
Op dat moment weet je nog niet waar het stuk naartoe gaat, maar je krijgt wel al een eerste indruk. Die eerste indruk is niet onbelangrijk. Daarom zie ik mezelf als die deurklink. Wat er daarna gebeurt, is aan de spelers en het publiek.”
Tekst en beeld: Sam David