gitaar_james_trussart_hals
21/01/2022

The Sound of... Jean-Yves Evrard

Wie herinnert zich Live Aid nog? Het was 1985, nektapijtjes waren in voor mannen, vrouwen pronkten met jurken in pasteltinten en bijhorende schoudervullingen. En de koploze Steinberger-gitaar was helemaal hip. Die duikt nu op in De jager-verzamelaar, met dank aan Jean-Yves Evrard. Vol enthousiasme geeft de speler-muzikant een rondleiding langs de gitaren die hij in de voorstelling gebruikt.

Halte 1: James Trussart

Ik had niet voorzien om deze metalen baritongitaar te gebruiken, maar toen ik het decor zag, heb ik me toch bedacht (grijnst). Ze is gebouwd door een gitaarbouwer in Los Angeles, James Trussart. Deze gitaren zijn heel gegeerd omwille van hun design en heel wat sterren hebben er een. Vaak kopen ze die voor de look, maar het is echt een heel goede gitaar. Zelfs al is het maar als mascotte, ze mag er toch bij. Je zou haast denken dat ze speciaal voor De jager-verzamelaar gemaakt is.

 

Halte 2: Steinberger

Jean-Yves Evrard Steinberger

Deze ga ik zeker gebruiken: een Steinberger uit de jaren 80, een Amerikaanse gitaar zonder kop, toen bijzonder hip. Het was een heel dure gitaar en revolutionair in materiaalgebruik: niet van hout, maar wel gemaakt uit kunststof met een veel hogere densiteit. Dat heeft heel wat voordelen voor de sustain en de klank in het algemeen. De maker had het idee om de snaren te bevestigen zoals op een viool. Eigenlijk is dit een bijzonder uitgepuurd model: bijna het minimum van wat een elektrische gitaar hoort te hebben, maar wel voorzien van verduiveld goede micro’s. Zeker voor de jaren 80 was dit een perfect instrument: heel proper van klank. Haast iedereen wilde ermee spelen. Destijds gingen ze voor 100 000 BEF (2500 euro) over de toonbank. Een pak duurder dan een Fender of een Gibson in de winkel, maar ze raakten wel snel uit de mode.

Ze zijn bijzonder geschikt om in tropische landen mee te spelen, omdat ze uit kunststof zijn gemaakt en de hals niet kan bewegen. Zelfs op de hoedenplank van een auto die in de blakende zon staat, geven ze geen krimp. Omdat we ons in een survival sfeer bevinden, vind ik wel dat ze past bij de voorstelling. Als je een gitaar moest ontwerpen die er als een werktuig uitziet, zou je hierbij aankomen. Het is een gitaar met een hals, maar verder lijkt ze niet op een gewone gitaar. Een echte survivalistgitaar, als dat al zou bestaan.

 

Halte 3: Damico

Jean-Yves Evrard Damico

Dit is een gitaar waar ik al jarenlang op speel, gemaakt door een Franse gitaarbouwer. Bijna het tegenovergestelde van de Steinberger, met heel veel decoratieve elementen. Bekleed met goud en gravures in hout. Past niet echt bij mijn personage in het stuk.

 

Halte 4: Renzo Salvador

Jean-Yves Evrard Renzo Salvador

Dit is mijn lievelingsgitaar: een kleine, akoestische gitaar, 30 jaar geleden gemaakt door Renzo Salvador, een gitaarbouwer uit Luik. Ik had hem zelf gevraagd om een gitaar te maken die het midden houdt tussen een gitaar uit de 19e eeuw, waarop men romantische muziek speelde, en de eerste bluesgitaren. Dat waren kleine gitaren. Het resultaat is dus een romantische gitaar, maar wel een met stalen snaren. Waarom ik er zo dol op ben? Je vergeet al snel dat het een gitaar is. Als je erop speelt, zou je denken dat het een Syrisch of een Marokkaans instrument is. Daar houd ik wel van. Ze is ook bijzonder geschikt om oude muziek te spelen omdat ze wat in de buurt komt van de oude instrumenten.

 

Halte 5: Gibson Melody Maker

Jean-Yves Evrard Gibson Melody Maker

Ik heb ook een Gibson, een heel bekend Amerikaans merk. Dit is echt een basic instapmodel, gebaseerd op modellen uit de jaren 50, zonder snufjes of franjes. Een plaat waar alles onder zit en dat is het. Je kunt ze haast niet simpeler maken. De vintagelook is een beetje nep. Zoals een jeans die je koopt met gaten. Maar ze klinkt echt ongelooflijk. Voor 500 euro krijg je echt wel waar voor je geld.

 

Halte 6: Fender Tremolux

Versterkers zijn bijna belangrijker dan de gitaar zelf. Hier heb ik een oude Fender uit het begin van de jaren 60. Elk jaar breng ik hem voor onderhoud binnen bij een man die gespecialiseerd is in lampenversterkers. Als je er binnenkomt met een versterker zonder lampen, gooit hij je buiten (lacht). Die versterker maakt echt het verschil. Als ik hem in de studio aanschakel, kan dat op goedkeurend geknik van de technici rekenen.

 

“Als je 10 gitaren probeert, klinken ze allemaal verschillend. Maar dat is heel persoonlijk en je oren moeten er wel wat op getraind zijn.”

 

Gitaren volgen ook wat de ontwikkelingen in de maatschappij. 25 jaar geleden kocht je een Fender of een ander merk, maar er is nu opnieuw ruimte voor het artisanale. Het is als met bierbrouwers: overal duiken kleine, interessante initiatieven op. Mensen die micro’s maken met de hand bijvoorbeeld. De overtreffende trap van vintage bijna. Dat is ontzettend boeiend.

 

In De jager-verzamelaar gebruikt Jean-Yves Evrard ook de nodige elektronica. Alle muziek die je gaat horen, is speciaal voor de voorstelling gemaakt.  

 

Bescheiden aantallen

In vergelijking met collega’s heb ik niet zo gek veel gitaren. Een twintigtal misschien. Dat lijkt veel, maar ik speel al 48 jaar gitaar. Dat komt neer op 1 gitaar om de twee jaar. Dat valt nog mee, toch? (lacht)

 

Persoonlijk plezier

Ik kan niet voor andere gitaristen spreken, maar elektrische en akoestische gitaren zijn al heel verschillend. Ik heb nog nooit een plaat gehoord waarbij ik dacht: jammer dat de gitarist geen betere gitaar had. Maar er lopen wel gitaristen rond met geweldige gitaren die ik persoonlijk niet fantastisch vind spelen. Een gitaar is bovenal een persoonlijk plezier. Soms is het wat taboe, maar zelfs de look is voor mij heel persoonlijk. Vooral bij elektrische gitaren. Ik heb al verschillende keren naar opnames geluisterd waar ik op meespeel, maar het is voor mij moelijk om zeggen op welke gitaar ik toen speelde. Wel als ik weet in welke studio de opnames plaatsvonden bijvoorbeeld. De snaarspanning zorgt wel voor grote verschillen. En bij elektrische gitaren natuurlijk de versterker en de effectpedalen die je gebruikt. De Fender Stratocaster is misschien wel de bekendste gitaar ter wereld. Ik heb er verschillende gehad, maar ik slaag er maar niet in om er goed op te spelen omdat ik voortdurend referenties hoor aan andere artiesten.

 

6 snaren en dezelfde vorm

Vroeger – en dan spreek ik over de periode tot vlak na de Renaissance – kwamen instrumentenbouwers om de 10 à 15 jaar met nieuwe instrumenten op de proppen. Ze haalden snaren weg of zetten er net bij, voegden er een snufje aan toe. Dat gebeurde op vraag van de muzikanten. Als ze graag iets wilden, maakte de instrumentenbouwer dat. Sinds de 19e eeuw is eigenlijk alles hetzelfde gebleven.

De klassieke gitaar telt nog altijd 6 snaren, heeft dezelfde vorm. Wat dat betreft, is er niets veranderd.

 

Geen divagedoe

Ooit was ik met een Belgische jazzgroep in Mali voor een festival. Uiteraard hadden we niet alle materiaal bij, dus de organisatoren moesten voor een backline zorgen in het midden van de woestijn. Ik had geen grote eisen gesteld, maar wel 2 dingen gevraagd. Toen we aankwamen, bleken die er niet te zijn. Ik moest het doen met een sloppy Marshall. Even dreigde wat divagedrag. Toen speelden jonge gasten uit Bamako hun soundcheck. Ze speelden op hetzelfde materiaal en het klonk geweldig. Ik heb dus wijselijk mijn mond gehouden. Zij trokken er zich niets van aan: ze plugden in en speelden de pannen van het dak. Geen divagedoe dus voor mij (lacht).

Meer informatie nodig over deze productie of wil je tickets kopen?